Sinds het uitbreken van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland is de rol van drones op het slagveld drastisch veranderd. Waar onbemande systemen voorheen vooral werden ingezet voor verkenning, zijn ze inmiddels uitgegroeid tot massaal gebruikte aanvalswapens. Zowel Rusland als Oekraïne zet duizenden drones in, variërend van kleine observatie-UAV’s tot eenrichtingsaanvalsdrones zoals de Iraanse Shahed. Deze drones zijn relatief goedkoop, kunnen honderden kilometers afleggen en dragen explosieve ladingen die aanzienlijke schade aan infrastructuur en civiele doelen kunnen veroorzaken.
Dat heeft een fundamenteel probleem blootgelegd binnen de bestaande luchtverdediging. Veel luchtafweerraketten zijn ontworpen om vliegtuigen of helikopters neer te halen en kosten vaak vele honderdduizenden euro’s per stuk. Het gebruik van zulke raketten tegen drones die soms maar enkele tienduizenden euro’s kosten, is economisch nauwelijks vol te houden. In langdurige conflicten leidt dit tot een scheve kostenbalans, waarbij de verdediger structureel duurder uit is dan de aanvaller.
Video hieronder: Frankenburg test de Mark 1 raket tegen een shahedachtige drone.
Shahed als strategisch wapen
De Shahed-drones die Rusland inzet, laten zien waarom deze ontwikkeling zo zorgwekkend is. Ze zijn traag en relatief eenvoudig gebouwd, maar kunnen laag vliegen, zijn moeilijk detecteerbaar en dragen een zware kernkop. Juist omdat ze goedkoop zijn, kunnen ze in grote aantallen worden ingezet. Dat dwingt landen om na te denken over alternatieven voor klassieke luchtverdediging.
Het is dan ook geen toeval dat zowel de Verenigde Staten als Frankrijk werken aan eigen drones die sterk lijken op het Shahed-concept. Niet alleen om ze te kunnen inzetten, maar ook om ze beter te begrijpen en er effectiever tegen op te treden. De focus verschuift steeds meer naar massaproductie, eenvoud en lage kosten — zowel aan de aanvalskant als aan de verdediging.
Mark I: klein, snel en goedkoop
In die context trekt de Mark I-raket van het Estse bedrijf Frankenburg Technologies de aandacht. Deze raket is specifiek ontwikkeld voor korteafstandsluchtverdediging tegen drones. Opvallend is vooral het formaat: met een lengte van slechts 650 millimeter is de Mark I extreem compact vergeleken met traditionele luchtafweerraketten.
Toch is het systeem allesbehalve langzaam. Dankzij een vastebrandstofraketmotor bereikt de Mark I snelheden van meer dan 1.000 kilometer per uur. Daarmee kan hij doelen onderscheppen tot op ongeveer 2 kilometer afstand. Dat maakt de raket uitermate geschikt voor het neerschieten van laag en langzaam vliegende drones, zoals Shahed-achtige systemen, maar ook voor snellere doelen met straalmotoren.
De raket wordt gelanceerd vanaf een eenvoudige tripod-opstelling en maakt gebruik van externe sensoren en command & control-systemen voor detectie en doelvolging. In de eindfase zorgt terminale geleiding ervoor dat de raket dicht genoeg bij het doel komt om via een nabijheidsontsteker tot ontploffing te komen.

Afbeelding Frankenbrug: Goed te zien hoe klein deze raket is.
Kosten als doorslaggevende factor
Misschien wel het belangrijkste aspect van de Mark I is de prijs. Frankenburg stelt dat de raket ongeveer tien keer goedkoper is dan een Stinger-raket. Juist dat maakt het systeem aantrekkelijk voor landen die zich willen wapenen tegen dronezwermen zonder hun defensiebudget op te branden.
De Mark I is ontworpen met massaproductie als uitgangspunt. Het gebruik van commercieel verkrijgbare componenten moet het mogelijk maken om de raketten snel en lokaal te produceren, ook in landen die zelf hun luchtverdediging willen opschalen. Daarmee speelt Frankenburg in op een groeiende behoefte aan “soevereine productie”: wapens die niet afhankelijk zijn van lange internationale toeleveringsketens.
Interesse en ambities
Frankenburg heeft inmiddels meerdere samenwerkingen en testprogramma’s lopen binnen Europa en daarbuiten. Het bedrijf positioneert de Mark I nadrukkelijk niet als vervanging van bestaande luchtafweersystemen, maar als aanvulling in de onderste laag van de luchtverdediging. Precies daar waar goedkope drones het grootste probleem vormen.
Het uiteindelijke doel is duidelijk: luchtverdediging weer betaalbaar maken in een tijdperk waarin massa belangrijker is geworden dan perfectie. De oorlog in Oekraïne heeft laten zien dat wie het langst kan volhouden, vaak doorslaggevend is. Systemen zoals de Mark I passen in die realiteit — niet als high-end wonderwapen, maar als pragmatisch antwoord op een nieuwe, hardnekkige dreiging.

























