Het Letse Ministerie van Defensie heeft onlangs officieel een contract ondertekend met Frankenburg Technologies voor de ontwikkeling, productie en levering van de Mark 1 C-UAV-raketten voor de nationale strijdkrachten. Die keuze is veel meer dan een reguliere wapenaankoop. Ze weerspiegelt een fundamentele verschuiving in hoe moderne legers omgaan met een van de grootste militaire uitdagingen van deze tijd: de explosieve groei van onbemande luchtvaartuigen op het slagveld.
De economische realiteit achter die dreiging is hard. Een conventionele Stinger-raket kost tegenwoordig bijna een half miljoen dollar, terwijl veel aanvalsdrones slechts een fractie daarvan kosten. Frankenburg Technologies wil dat model doorbreken door een eigen onderscheppingsraket aan te bieden voor ongeveer een tiende van de prijs. Deze raket, bescheiden aangeduid als de Mark I, moet bovendien de kleinste geleide raket ter wereld worden. Het doel is helder: luchtverdediging opnieuw betaalbaar maken in een tijdperk waarin goedkope drones massaal worden ingezet.
Die boodschap klonk nadrukkelijk tijdens de eerste Defensieweek van Estland, waar de voortdurende dreiging van drones vrijwel alle discussies domineerde. Tijdens een persconferentie in Tallinn op 22 september spaarde Frankenburg-CEO Kusti Salm het Westen niet. Volgens hem heeft de productie van luchtverdedigingssystemen tot nu toe “vrijwel niets” gedaan om het droneprobleem structureel op te lossen.
Salm stelde dat luchtverdediging op korte afstand (SHORAD) in de komende vijf tot tien jaar de grootste militaire behoefte ter wereld zal zijn, maar alleen als die ook economisch houdbaar is. “Het gaat erom de economie van de luchtverdediging opnieuw te definiëren,” aldus Salm. In zijn visie is dat zelfs de reden waarom Rusland zo zwaar inzet op massaproductie van drones: zij dwingen hun tegenstanders tot een financieel onhoudbaar verdedigingsmodel.
De Mark I: klein, snel en schaalbaar
De Mark I is een relatief kleine, lichtgewicht en geleide raket die specifiek is ontworpen om onbemande systemen te onderscheppen. Het gaat nadrukkelijk niet om een klassiek grootschalig luchtafweersysteem, maar om een kortebereik-interceptieraket die bedoeld is om goedkope UAV’s uit de lucht te halen voordat ze hun doel bereiken.
Hoewel Frankenburg niet alle technische details publiekelijk deelt, wijzen beschikbare gegevens erop dat de Mark I een bereik heeft van ongeveer 2 kilometer en doelen kan onderscheppen tot een hoogte van eveneens circa 2 kilometer. Daarmee dekt hij een groot deel van de drones die op lage tot middelhoge hoogte opereren. Met een lengte van ongeveer een halve meter is de raket compact genoeg om vanaf mobiele platforms of eenvoudige lanceerinrichtingen te worden ingezet.
Betaalbaarheid en snelle productie staan centraal in het ontwerp. Dat is cruciaal, want tegen zwermen goedkope drones is het economisch onverantwoord om dure luchtafweerraketten in te zetten die vele malen meer kosten dan het doelwit zelf. Frankenburg probeert met de Mark I precies die kloof te dichten.
Slimme technologie voor moderne dreigingen
Wat de Mark I onderscheidt van oudere systemen is de integratie van moderne technologie. Het systeem maakt gebruik van geavanceerde sensoren en algoritmes voor snelle detectie en identificatie van UAV’s, ook in complexe situaties met meerdere doelen tegelijk. Verschillende bronnen spreken over het gebruik van kunstmatige intelligentie in het richtsysteem, waardoor de raket sneller kan reageren op dynamische dreigingen.
In de praktijk betekent dit dat de Mark I grotendeels autonoom doelen kan selecteren en onderscheppen, zonder voortdurende handmatige besturing. In scenario’s waarin grote aantallen drones tegelijk worden ingezet, is die mate van automatisering essentieel.
Volgens Salm zullen raketten uiteindelijk dominant blijven in de markt voor dronebestrijding, ondanks het feit dat in Oekraïne momenteel vaak goedkopere onderscheppingsdrones worden ingezet tegen eenrichtingsaanvalsdrones zoals de Shahed. “Raketten bieden bereik, precisie en snelheid,” benadrukte hij — eigenschappen die vooral bij grootschalige aanvallen doorslaggevend zijn.
Waarom Letland deze keuze maakt
Voor Letland sluit de Mark I nauw aan bij de huidige dreiging en de beschikbare middelen. Het land wil zijn luchtverdediging snel versterken zonder afhankelijk te zijn van dure, schaars beschikbare systemen. De focus ligt op flexibele, schaalbare oplossingen die zowel mobiel als statisch kunnen worden ingezet.
Dat laatste is vooral relevant voor de bescherming van kritieke nationale infrastructuur. Langs de oostflank van de NAVO bevinden zich meer dan 2.000 van zulke infrastructuurlocaties. Volgens berekeningen van Frankenburg zouden er ongeveer 550 raketten per locatie nodig zijn om slechts één grootschalige drone-aanval af te slaan. Die cijfers onderstrepen hoe belangrijk lage kosten en massaproductie zijn.
Daarnaast biedt het contract Letland de mogelijkheid om mee te werken aan ontwikkeling en productie, samen met lokale ingenieurs en kennisinstellingen. Dat vergroot niet alleen de technologische zelfstandigheid van het land, maar versterkt ook de defensie-expertise binnen de Baltische regio.

Afbeelding Frankenburg technologie: Mark 1 is een kleine raket met hoge prestaties en lage kosten.
Testen, Oekraïne en de toekomst
Frankenburg heeft aangekondigd dat testen van de Mark I onder realistische omstandigheden in Oekraïne gepland staan. Juist daar is de dreiging van drones intens en continu, waardoor het systeem snel kan worden verbeterd en verfijnd op basis van praktijkervaring.
Volgens Salm zijn er inmiddels 53 schietproeven met scherpe munitie uitgevoerd, al voldeed ongeveer de helft daarvan nog niet aan de gestelde nauwkeurigheidseisen. Die cijfers laten zien dat het systeem zich nog in ontwikkeling bevindt, maar ook dat het programma iteratief en snel leert — een aanpak die past bij de realiteit van moderne conflicten.
Een nieuwe logica voor luchtverdediging
De keuze van Letland voor de Mark I illustreert hoe snel defensiestrategieën veranderen. Waar luchtafweer ooit vooral gericht was op bemande vliegtuigen en grote raketten, draait het nu steeds meer om het neutraliseren van grote aantallen goedkope drones. Dat vraagt om nieuwe oplossingen die niet alleen technisch effectief zijn, maar ook economisch houdbaar.
Voor Frankenburg Technologies is dit contract meer dan een eerste grote order. Het is een kans om zich te positioneren als een sleutelspeler in een nieuwe generatie Europese luchtverdediging — één die is ontworpen voor de realiteit van drone-oorlogvoering, waarin aantallen, snelheid en kosten net zo belangrijk zijn als pure vuurkracht.