Een drone ontdekken vanuit een rijdende terreinwagen: dat is precies waarvoor Robin Radar zijn IRIS heeft ontwikkeld. Op het dak draait een compacte radar mee die rondom zoekt, de hoogte van objecten bepaalt en helpt herkennen of daar een vogel of een drone vliegt.
Die Nederlandse techniek trekt ook overnamebelangstelling. Volgens Reuters van 1 oktober onderzoekt onder meer BAE Systems een bod. Eigenaar Parcom zou een verkoopproces voorbereiden bij een mogelijke waardering van ongeveer 2 miljard euro. Een overname is niet aangekondigd.
IRIS kijkt niet alleen naar een stip op een scherm. De radar gebruikt micro-doppler: kleine veranderingen in de teruggekaatste signalen verraden bewegingen, zoals draaiende propellers. Software met een neuraal netwerk helpt die patronen te classificeren. Zo moet een operator sneller onderscheid kunnen maken tussen een drone en een vogel.
Volgens de fabrikant biedt IRIS 360 graden dekking en meet hij ook de hoogte. Het opgegeven instrumentbereik is vijf kilometer; de werkelijke detectieafstand hangt af van onder meer het doel en de omstandigheden.
Het bijzondere is dat de radar onderweg kan blijven werken. Met de on-the-move-functie detecteert, volgt en classificeert hij drones op een landvoertuig bij snelheden tot 100 kilometer per uur. Een konvooi hoeft dus niet eerst stil te staan om zijn omgeving te bewaken.
De radar weegt volgens Robin 29 kilo en kan ook op een statief of gebouw staan. Zijn taak is ontdekken en volgen. Voor onderschepping moet hij gegevens doorgeven aan andere sensoren of tegenmiddelen.
Defence Watch schreef eerder over de koppeling met een onderscheppingsdrone. Dat maakt duidelijk waarom zo’n kleine radar waardevol is: eerst weten waar de drone zit, daarna kan een ander systeem erop reageren.






















