Een taxi zonder chauffeur is indrukwekkend. Maar een zelfrijdende taxi die minder kost dan veel gewone gezinsauto’s, kan pas echt iets veranderen. Pony.ai wil de totale voertuigkosten van zijn nieuwste robotaxi in China in 2027 onder 230.000 yuan brengen, ongeveer 33.000 dollar.
Daar zitten zowel de auto als het autonome rijsysteem in. Het Chinese bedrijf combineert die kostenverlaging met groei: in augustus meldde het een wereldwijde vloot van 1.975 robotaxi’s. Met Uber ligt er bovendien een plan voor meer dan 2.000 voertuigen in Europa. De concurrentie om de taxirit van de toekomst komt dus uit meer hoeken dan Waymo en Tesla.
De dure robot boven op de auto wordt goedkoper
Bij een robotaxi betaal je niet alleen voor de basisauto. Ook sensoren, computers en de systemen die het verkeer interpreteren tellen mee. Pony.ai zegt dat het de materiaalkosten van zijn zevende generatie autonome rijsysteem met 70 procent heeft verlaagd ten opzichte van de vorige generatie.
De kostendoelstelling voor 2027 maakt duidelijk waarom dat belangrijk is. Hoe lager de aanschafprijs, hoe minder ritten een taxi nodig heeft om zichzelf terug te verdienen. Een vloot wordt dan niet alleen technisch, maar ook financieel makkelijker uit te breiden.
Bijna 2.000 auto’s, met 3.500 als volgende doel
Volgens de kwartaalupdate van augustus was de robotaxivloot gegroeid naar 1.975 voertuigen. Pony.ai richt zich op meer dan 3.500 aan het einde van 2026. De omzet uit robotaxidiensten bedroeg in het tweede kwartaal 12,1 miljoen dollar, bijna acht keer zoveel als een jaar eerder.
De complete onderneming boekte dat kwartaal 36,2 miljoen dollar omzet. Dat onderscheid is handig: Pony.ai doet meer dan taxiritten. Het levert ook technologie en werkt aan autonoom vrachtvervoer. De groei van de taxidienst vertelt dus iets anders dan de omzet van het hele bedrijf.
Ook een zelfrijdende taxi heeft mensen nodig
Een verdwenen chauffeur betekent niet dat de rest van de organisatie vanzelf draait. Auto’s moeten worden geladen, schoongemaakt, nagekeken en waar nodig geholpen. De bedrijfsvideo hierboven geeft juist een kijkje in dat werk achter de schermen: hoe personeel op locatie een grotere groep voertuigen ondersteunt.
Pony.ai probeert de rijtechnologie schaalbaar te maken, terwijl partners de vloot en de toegang tot klanten verzorgen. Zo hoeft het bedrijf niet in iedere stad zelf een complete taxiorganisatie op te bouwen. Dat is de gedachte achter de samenwerking met Uber.
Europa krijgt een eigen netwerk
Pony.ai en Uber kondigden in augustus plannen aan voor ruim 2.000 robotaxi’s in vijf Europese steden. De samenwerking bouwt voort op Zagreb, waar de Kroatische partij Verne als lokale vlooteigenaar en beheerder meedoet. Vier andere steden moeten volgen.
De taakverdeling is herkenbaar: Pony.ai levert de virtuele chauffeur, Uber verzorgt de boeking en betaling, lokale partners kunnen de dagelijkse operatie uitvoeren. Het gaat om een geplande uitrol. Per markt moeten de voertuigen en de dienst aan de lokale voorwaarden voldoen.
De spannendste wedstrijd gaat om de ritprijs
Voor passagiers is uiteindelijk vooral van belang of de taxi beschikbaar, prettig en betaalbaar is. Goedkopere voertuigen helpen, maar ook onderhoud, verzekering, laden en stilstand drukken op de rekening. Daarom zijn de kosten per gereden rit minstens zo interessant als een indrukwekkende sensor op het dak.
Pony.ai laat zien hoe de robotaxi verandert in een compleet vervoersproduct. De auto leert niet alleen beter rijden: de makers proberen ook de hele taxidienst zo te organiseren dat hij op veel meer plekken kan werken.























