De strijd tegen drones ontwikkelt zich razendsnel. Waar een paar jaar geleden vooral jamming of simpele luchtafweer werd gebruikt, verschijnen nu steeds vaker geïntegreerde systemen die detectie, tracking en onderschepping combineren. Een nieuwe samenwerking tussen het Nederlandse bedrijf Robin Radar Systems en het Letse defensietechnologiebedrijf Origin Robotics laat zien hoe zo’n gecombineerde aanpak er in de praktijk uitziet.
De twee bedrijven koppelen hun technologieën aan elkaar: het Nederlandse radarsysteem IRIS detecteert en volgt drones, waarna de onderscheppingsdrone Blaze van Origin Robotics het doel kan aanvallen. (vergelijkbaar met de Sting drone van Oekraine)Het resultaat is een systeem waarbij radar en interceptor direct met elkaar communiceren.
Radar die drones continu volgt
De basis van de samenwerking ligt bij IRIS, een compacte 3D-radar die specifiek is ontwikkeld voor het opsporen van drones. Het systeem scant continu de lucht rondom een positie en detecteert kleine objecten die vaak moeilijk zichtbaar zijn voor traditionele radars.
IRIS werkt met een 360 graden dekking en genereert meerdere keren per seconde positie-updates van een doelwit. Zodra een drone wordt ontdekt, berekent het systeem voortdurend de locatie, hoogte en vliegrichting.
Die gegevens worden automatisch doorgestuurd naar andere systemen in het netwerk.
Voor anti-dronetoepassingen is vooral de snelheid van die data cruciaal. Kleine drones veranderen vaak snel van koers en vliegen laag of tussen obstakels. Een sensor die slechts af en toe een positie-update geeft, kan dan te laat reageren.
De radar van Robin Radar stuurt daarom elke seconde nieuwe coördinaten door naar de onderschepper.
Blaze: een drone die drones neerhaalt
De effector in het systeem komt van Origin Robotics. Hun Blaze-drone is ontwikkeld als autonome onderschepper voor luchtdreigingen zoals verkenningsdrones of aanvalsdrones.
Zodra IRIS een doel detecteert en trackt, kan Blaze worden gelanceerd richting de berekende positie van de dreiging.
Tijdens de vlucht blijft de onderscheppingsdrone contact houden met zijn grondstation. Nieuwe coördinaten van de radar worden continu doorgestuurd zodat de route van de drone kan worden aangepast.
Wanneer Blaze dicht genoeg bij het doel komt, schakelt hij over op zijn eigen camera. De operator kan dan visueel bevestigen wat het doel is en beslissen of de drone moet worden gevolgd, onderschept of dat de missie wordt afgebroken.
Die combinatie van radargestuurde navigatie en visuele bevestiging moet voorkomen dat verkeerde doelen worden aangevallen.

Foto: Robbin Radar
Twee bouwstenen van een anti-dronesysteem
In moderne luchtverdediging tegen drones wordt vaak gesproken over drie kernonderdelen: sensoren, commandovoering en effectors.
Sensoren detecteren en volgen doelen.
Commandosystemen verwerken die informatie en bepalen wat er moet gebeuren.
Effectors schakelen het doel uiteindelijk uit.
De samenwerking tussen Robin Radar en Origin Robotics richt zich op twee van die drie onderdelen.
De radar levert detectie en tracking.
De onderscheppingsdrone vormt de kinetische reactie.
Het commandosysteem – de softwarelaag die alles verbindt – kan van verschillende leveranciers komen. Dat is bewust zo ontworpen.
Ontworpen voor open integratie
Een belangrijk ontwerpprincipe van IRIS is dat het systeem eenvoudig kan worden geïntegreerd in bestaande commandonetwerken.
De radar levert zijn gegevens via gestandaardiseerde digitale interfaces, waaronder API’s. Dat betekent dat de trackingdata direct kan worden ingevoerd in commandosystemen, sensorfusieplatformen of wapensystemen.
Sensorfusie betekent dat informatie van meerdere sensoren – bijvoorbeeld radar, camera’s en elektronische detectie – wordt gecombineerd tot één gezamenlijk luchtbeeld.
Door open integratie kunnen operators verschillende effectors koppelen aan dezelfde radar. In dit geval is dat Blaze, maar in andere situaties kunnen dat bijvoorbeeld luchtafweerkanonnen, elektronische storingssystemen of andere onderscheppingsdrones zijn.
Ervaring uit Oekraïne
De ontwikkeling van IRIS is de afgelopen jaren mede beïnvloed door operationele inzet in Oekraïne.
Daar worden radarsystemen gebruikt om verschillende soorten drones vroegtijdig te detecteren, van kleine quadcopters tot grotere toestellen met vaste vleugels.
Een recente software-update van het systeem introduceerde een zogenaamde Long Range Mode. Deze modus vergroot het detectiebereik voor grotere drones met vaste vleugels en kan via software worden geactiveerd zonder dat hardware hoeft te worden aangepast.
Operators kunnen daarbij schakelen tussen verschillende detectieprofielen afhankelijk van het type dreiging.
Nieuwe realiteit van luchtdreigingen
De snelle ontwikkeling van droneoorlogsvoering heeft ervoor gezorgd dat anti-dronesystemen steeds meer modulair worden opgebouwd.
Een radar detecteert de dreiging.
Software bepaalt de prioriteit.
Een interceptor of ander wapen wordt ingezet om het doel uit te schakelen.
In dat soort architecturen zijn sensoren en effectors vaak afkomstig van verschillende bedrijven.
Samenwerkingen zoals die tussen Robin Radar Systems en Origin Robotics passen in dat model: gespecialiseerde bedrijven leveren elk een onderdeel van een groter systeem dat uiteindelijk samenwerkt op het slagveld.