Op een testterrein in de Amerikaanse staat Arizona is recent een nieuw wapen getest dat speciaal is ontwikkeld om drones uit de lucht te halen. Tijdens proeven op Yuma Proving Ground werden verschillende soorten onbemande vliegtuigen onderschept en vernietigd, variërend van kleine commerciële drones tot grotere militaire UAV’s. De tests laten zien hoe serieus legers wereldwijd inmiddels omgaan met de dreiging vanuit de lucht.
Sinds de oorlog in Oekraïne is het gebruik van drones in een stroomversnelling geraakt. Ze worden ingezet voor verkenning, het aansturen van artillerie en directe aanvallen. Dat maakt ze effectief, maar ook lastig te bestrijden. Traditionele luchtverdedigingsraketten zijn vaak te duur en niet geschikt om grote aantallen kleine drones tegen te houden. Daardoor is de zoektocht naar betaalbare en gespecialiseerde oplossingen in volle gang. hier onder een video van de Raytheon Coyote
Raketten zijn te duur voor goedkope drones
De praktijk op het slagveld laat zien dat het klassieke luchtafweerconcept onder druk staat. Een raket van honderdduizenden euro’s afvuren op een drone die soms niet meer kost dan een kleine auto, is op de lange termijn niet vol te houden. Zeker niet wanneer drones in groepen of zelfs zwermen worden ingezet. Toch is dat precies wat in Oekraïne dagelijks gebeurt.
Dit heeft geleid tot een nieuwe generatie wapens die specifiek zijn ontworpen voor het uitschakelen van drones. Deze systemen zijn kleiner, goedkoper en sneller inzetbaar dan traditionele luchtverdediging. Ze vormen een extra verdedigingslaag, gericht op lage hoogtes en korte tot middellange afstanden.
Een van de bekendste voorbeelden daarvan is de Raytheon Coyote.
Raytheon Coyote: klein, snel en doelgericht
De Coyote begon ooit als een compacte verkenningsdrone, maar is inmiddels doorontwikkeld tot een interceptor die speciaal bedoeld is om andere drones te bestrijden. Tijdens de tests op Yuma Proving Ground liet het systeem zien dat het effectief verschillende typen UAV’s kan uitschakelen, ook wanneer deze zich snel of onvoorspelbaar bewegen.
De Coyote wordt gelanceerd vanuit een buis en krijgt eerst een korte raketboost. Daarna schakelt hij over op een eigen aandrijving, waardoor hij snel hoogte en snelheid opbouwt. Afhankelijk van de uitvoering kan de interceptor snelheden bereiken van ruim vijfhonderd kilometer per uur. Daarmee is hij in staat om ook snellere drones bij te houden en te onderscheppen.
Het effectieve onderscheppingsbereik ligt grofweg tot zo’n vijftien kilometer vanaf het lanceerpunt. Binnen dat gebied kan de Coyote zelfstandig naar een doel worden geleid, waarbij hij via sensoren en datalinks wordt bijgewerkt. In sommige scenario’s kan hij zelfs korte tijd in de lucht blijven om te wachten op een geschikt moment voor onderschepping.
In plaats van een zware explosieve lading gebruikt de Coyote een relatief kleine springkop, afgestemd op het vernietigen van kwetsbare droneconstructies. Dat beperkt nevenschade en maakt het systeem geschikt voor inzet in de buurt van eigen troepen, schepen of kritieke infrastructuur.

Afbeelding RTX: De Coyote kan ook vanaf een helikopter worden afgevuurd.
Onderdeel van een groter verdedigingssysteem
Wat de Coyote onderscheidt, is dat hij niet op zichzelf staat. Het systeem maakt deel uit van een bredere verdedigingsopzet waarin radar, sensoren en commandovoering samenwerken. Vijandelijke drones worden eerst gedetecteerd en gevolgd, waarna automatisch kan worden bepaald welke dreiging prioriteit heeft.
Daardoor is het mogelijk om meerdere drones tegelijk aan te pakken, ook wanneer ze laag vliegen of in korte tijd verschijnen. Dat is vooral relevant bij aanvallen met meerdere UAV’s, iets wat in recente conflicten steeds vaker voorkomt.
Raytheon benadrukt dat de Coyote is ontwikkeld als een betaalbare en schaalbare oplossing. Niet als vervanging van traditionele luchtverdediging, maar als aanvulling daarop. Volgens de fabrikant is het systeem bedoeld om precies dat gat te vullen waar zware raketsystemen te duur of te traag zijn.
Die visie wordt ondersteund door de contracten die zijn afgesloten. De Amerikaanse defensie heeft meerjarige overeenkomsten gesloten voor de levering van grote aantallen Coyote-interceptors, inclusief lanceersystemen en sensoren. Het systeem wordt inmiddels ingezet bij landmachteenheden en op marineschepen. Zie hieronder een video van de Roadrunner M.
Andere oplossingen winnen terrein
Raytheon is niet de enige speler op dit terrein. Wereldwijd werken defensiebedrijven aan alternatieven. Een opvallend voorbeeld is de Roadrunner-M van Anduril Industries. Dit systeem stijgt verticaal op, vliegt autonoom richting het doel en kan, als er geen onderschepping plaatsvindt, terugkeren naar de basis. Dat herbruikbare karakter verlaagt de kosten per inzet aanzienlijk.
Anduril heeft hiervoor een groot contract gekregen van het Amerikaanse ministerie van Defensie en werkt daarnaast intensief samen met het Amerikaanse Marine Corps op het gebied van drone- en luchtverdediging.
Ook in Europa worden stappen gezet. MBDA ontwikkelde DefendAir, een raket die specifiek is bedoeld voor het uitschakelen van drones en lichte luchtobjecten. Deze kan onder meer worden geïntegreerd op het Skyranger-luchtverdedigingssysteem. Daarnaast zijn er kleinere fabrikanten, zoals Frankenberg met de Mark 1, die inzetten op compacte interceptors voor korte afstanden.
Dronebestrijding als vast onderdeel van oorlogvoering
De tests in Arizona maken duidelijk dat dronebestrijding geen tijdelijke trend is, maar een vast onderdeel van moderne oorlogsvoering. Drones zijn goedkoop, snel aanpasbaar en lastig te stoppen met traditionele middelen. Dat dwingt legers om anders te kijken naar luchtverdediging.