Wie de oorlog tussen Oekraïne en Rusland volgt, ziet hoe snel de manier van oorlog voeren verandert. Luchtdrones zijn inmiddels niet meer weg te denken: ze verkennen, corrigeren artillerievuur en vallen doelen aan. Maar naast de drones in de lucht is er een tweede revolutie gaande: die van de grondrobots. Onbemand, vaak ruw afgewerkt en zelden futuristisch ogend, maar wél effectief. En vooral: massaal inzetbaar.
Waar drones in de lucht inmiddels een vertrouwd beeld zijn, geldt dat veel minder voor drones op de grond. Toch worden ze steeds vaker ingezet. Denk aan eenvoudige rupsvoertuigen met een machinegeweer, een antitankwapen of simpelweg een lading explosieven. Systemen zoals de gronddrones van DevDroid of platforms zoals de UVG T700 met Browning-mitrailleur laten zien dat hightech uiterlijk geen vereiste is. Ze zijn niet het allermodernst, maar ze doen waarvoor ze bedoeld zijn. En in een grootschalig conflict is dat cruciaal.
De oorlog in Oekraïne laat namelijk één ding glashelder zien: aantallen doen ertoe. Een perfect systeem dat schaars is, weegt vaak niet op tegen een eenvoudiger systeem dat in grote aantallen beschikbaar is. Veel grondrobots worden in relatief korte tijd geproduceerd, soms zelfs deels geïmproviseerd. Dat past bij een conflict waarin verliezen snel worden aangevuld en innovatie niet jarenlang kan wachten op testprogramma’s en aanbestedingen.
Hoewel er al beelden circuleren van deze drones die tegen Russische posities worden ingezet, zullen die hier niet worden getoond. Het bestaan ervan is echter genoeg om duidelijk te maken dat we ons in een overgangsfase bevinden. De oorlog is aan het veranderen. Niet alleen door nieuwe wapens, maar door een andere rolverdeling tussen mens en machine.
Ook in Nederland wordt deze ontwikkeling al jaren gevolgd. Binnen de 13 Lichte Brigade wordt al geruime tijd getest met de Milrem-gronddrone, een onbemand rupsvoertuig dat kan worden ingezet voor verkenning, transport of ondersteuning. Defensie beschikt over ongeveer tien van deze systemen. Toch is het nog niet tot een brede doorbraak gekomen binnen de krijgsmacht.
Dat heeft vooral te maken met de complexiteit van samenwerking op het slagveld. Een grondrobot moet mee kunnen bewegen met infanterie en tanks. Maar wat gebeurt er als er onverwachte obstakels opduiken, communicatie wegvalt of de situatie razendsnel verandert? Een menselijke soldaat kan improviseren, een robot is afhankelijk van sensoren, verbindingen en vooraf ingestelde logica. Dat maakt integratie lastig, zeker in chaotische gevechten.

Afbeelding: Themis robotics
Toch is het opvallend dat Defensie al duidelijk voorsorteert op een toekomst waarin dit wél normaal wordt. De CV90-infanterievoertuigen en de nieuwe Leopard 2A8-tanks zijn ontworpen met het idee dat ze in de toekomst moeten kunnen samenwerken met onbemande systemen. Dat betekent niet alleen dat ze drones ondersteunen, maar dat ze er tactisch mee verweven raken: als verkenner, als extra vuurkracht of als verlengstuk van het bemande voertuig.
Die ontwikkeling stopt niet op de grond. Ook in de lucht zien we hetzelfde patroon. De F-35-straaljager zal in de nabije toekomst samenwerken met drones, zogenaamde “loyal wingmen”. Deze onbemande toestellen kunnen ver vooruit vliegen, sensoren inzetten of zelfs vijandelijke luchtafweer aantrekken, terwijl de piloot op afstand de regie houdt. Wat daar gebeurt, is in feite hetzelfde als op de grond: de mens wordt commandant, de machine wordt uitvoerder.
En hier komt kunstmatige intelligentie om de hoek kijken. Tot nu toe was dat precies wat veel van deze systemen misten. Zonder AI waren grondrobots log, afhankelijk van constante besturing en kwetsbaar bij storingen. Met snelle vooruitgang in AI verandert dat beeld. Robots kunnen steeds beter zelfstandig navigeren, doelen herkennen en reageren op onverwachte situaties. Dat maakt ze niet alleen effectiever, maar ook beter inzetbaar naast menselijke eenheden.
De conclusie dringt zich op: grondrobots zijn geen toekomstmuziek meer. Ze zijn er al, ze worden ingezet en ze worden elke maand beter. Misschien zien ze er niet altijd modern uit, misschien zijn ze ruw en eenvoudig. Maar ze passen perfect bij een nieuwe realiteit van oorlogvoering, waarin snelheid, aantallen en slimme samenwerking tussen mens en machine de doorslag geven. De vraag is niet óf deze robots een vaste plek krijgen op het slagveld, maar hoe snel.