Op het slagveld in Oekraïne zijn glasvezelgestuurde drones inmiddels dagelijkse kost. Zowel Oekraïne als Rusland zetten ze in grote aantallen in voor aanvallen, verkenning en het verstoren van logistiek. Juist omdat deze drones vrijwel ongevoelig zijn voor klassieke elektronische oorlogsvoering, lijken ze tot nu toe nauwelijks te stoppen. Tegen die achtergrond is de recente demonstratie van het Amerikaanse Leonidas-systeem van Epirus opvallend: voor het eerst is aangetoond dat een elektronisch wapen glasvezel-drones daadwerkelijk kan uitschakelen. Zie onderstaande video.
Leonidas is geen jammer en ook geen klassiek luchtverdedigingssysteem. Het platform werkt met hoogvermogen microgolven die gericht elektromagnetische energie afgeven op een doel. Daarmee wordt niet de verbinding verstoord, maar de elektronica van de drone zelf beschadigd of vernietigd. Dat maakt het systeem fundamenteel anders dan bestaande tegenmaatregelen. Of een drone nu via radio, glasvezel of autonoom wordt bestuurd, is in principe irrelevant zolang de elektronica kwetsbaar is.
Tijdens een test eind 2025 wist Leonidas een glasvezelgestuurde FPV-drone uit te schakelen. Dat lijkt misschien een klein technisch succes, maar operationeel is het een belangrijke doorbraak. Glasvezel-drones worden juist ingezet omdat ze immuun zijn voor jamming en spoofing. Dat een niet-kinetisch systeem ze toch kan neutraliseren, doorbreekt een tactisch voordeel dat tot nu toe als bijna onaantastbaar werd gezien.
Waarom glasvezel-drones zo problematisch zijn
Glasvezel-drones danken hun succes aan eenvoud en effectiviteit. Een dunne kabel rolt tijdens de vlucht af en zorgt voor stabiele besturing en live beeld, zonder radiosignaal dat kan worden onderschept of verstoord. In Oekraïne worden ze gebruikt voor eenrichtingsaanvallen, het uitschakelen van voertuigen en het observeren van bewegingen achter de linies. Russische bronnen spreken inmiddels over inzetten tot wel vijftig kilometer afstand.
Het probleem zit niet alleen in wat deze drones kunnen, maar vooral in hun aantallen. Ze zijn relatief goedkoop, snel te produceren en worden massaal ingezet. Zelfs als een deel wordt neergehaald, blijven er altijd genoeg over om schade aan te richten. Kinetische middelen zijn duur en inefficiënt, terwijl elektronische oorlogvoering tot nu toe simpelweg niet werkte tegen glasvezeldrones. Het resultaat: constante druk op frontlinies en logistieke lijnen, zonder betrouwbare verdediging.
Leonidas pakt het probleem bij de kern aan
Leonidas biedt een fundamenteel andere benadering. Het systeem gebruikt softwaregestuurde phased-array-antennes om microgolfenergie zeer gericht af te geven. Daardoor kan een specifieke drone worden beïnvloed zonder grote nevenschade. De effecten zijn vrijwel direct: elektronica valt uit en het toestel wordt onbestuurbaar. Omdat het om niet-ioniserende straling gaat, is het systeem bij correct gebruik veilig voor personeel in de omgeving.
Belangrijk is ook dat Leonidas schaalbaar is. In theorie kan één systeem meerdere drones kort na elkaar, of zelfs gelijktijdig, beïnvloeden. Dat maakt het relevant in scenario’s waarin zwermen of grote aantallen drones worden ingezet — precies het probleem waar Oekraïne en Rusland dagelijks mee te maken hebben.
Geen wondermiddel, maar een cruciale schakel
Leonidas zal het droneprobleem niet volledig elimineren. Het bereik is beperkt, het systeem moet worden gekoppeld aan sensoren en het werkt het best als onderdeel van een gelaagde verdediging. Maar het vult een cruciale leegte: tot nu toe bestond er vrijwel geen effectief antwoord op glasvezel-drones anders dan ze fysiek neer te schieten. Nu ontstaat voor het eerst een mogelijkheid om ze op grotere schaal te beïnvloeden. Vooral rond kritieke locaties zoals bases, logistieke knooppunten en commandoposten kan dit het verschil maken. De antidrone drones, en andere systemen zoals de Mark 1, en voor de langere afstand de Nomads blijven ook onderdeel van de verdedingschil. Zo ontstaat er een gelaagde luchtverdediging.
Oorlog als motor van innovatie
De ontwikkeling van Leonidas past in een patroon dat steeds duidelijker wordt: elke nieuwe tactiek roept een tegenreactie op. FPV-drones leidden tot jammers, jammers tot glasvezel-drones, en glasvezel-drones nu tot microgolfsystemen. Oorlog versnelt innovatie, niet in jaren, maar in maanden.
Het succes van Leonidas laat zien dat zelfs trends die aanvankelijk onhoudbaar lijken – massale inzet van glasvezel-drones – uiteindelijk een tegenreactie krijgen. Niet met één wonderwapen, maar met nieuwe lagen, concepten en manieren van denken. In een conflict waarin aantallen vaak belangrijker zijn dan perfectie, kan juist zo’n verschuiving het verschil maken.