Taiwan leeft al decennialang onder een constante dreiging. De kans dat China ooit probeert het eiland met geweld in te lijven wordt door veel analisten niet gezien als een kwestie van “of”, maar van “wanneer”. Die realiteit dwingt Taipei tot harde keuzes. Waar diplomatie en internationale steun belangrijk blijven, weet Taiwan één ding zeker: in een echte crisis kan het niet volledig vertrouwen op buitenlandse leveringen. De les die Oekraïne de wereld heeft geleerd, is duidelijk. Wie zijn eigen defensie-industrie niet op orde heeft, raakt vroeg of laat in de problemen.
In Oekraïne bleek hoe grillig internationale steun kan zijn. Leveringen lopen vertraging op, politieke eisen stapelen zich op en landen houden materieel achter omdat ze het zelf nodig hebben. Taiwan kijkt daar met argusogen naar. Het antwoord is een strategie die wereldwijd steeds vaker wordt gevolgd: maximale inzet op eigen productie, vooral van wapens die in grote aantallen nodig zijn en snel inzetbaar moeten zijn. Drones, raketten en luchtverdediging staan daarbij centraal. In die context is de Hsiung Feng III anti-schipraket uitgegroeid tot een van de belangrijkste pijlers van Taiwan’s defensie.

Afbeelding: zelfs patrouilleschepen worden met deze raketten uitgerust. Ook de F16 straaljagers worden hiermee uitgerust.
De Hsiung Feng III is geen symbolisch project of paradeobject. Het is een serieus wapensysteem, ontwikkeld om één specifieke Chinese kwetsbaarheid uit te buiten: de afhankelijkheid van zeecontrole. Een eventuele invasie van Taiwan kan alleen slagen als China enorme aantallen troepen, voertuigen en voorraden per schip over de Straat van Taiwan weet te brengen. Die schepen zijn groot, relatief kwetsbaar en vormen een aantrekkelijk doelwit. Precies daar is de HF-3 voor ontworpen.
Het gaat om een supersonische anti-schipkruisraket die na lancering razendsnel versnelt tot meerdere keren de geluidssnelheid. In tegenstelling tot oudere subsonische raketten geeft dat vijandelijke luchtverdediging nauwelijks tijd om te reageren. Bovendien vliegt de raket laag boven zee en kan hij in de eindfase onverwachte koerswijzigingen maken, wat onderschepping nog lastiger maakt. Dit is geen wapen dat bedoeld is om symbolisch af te schrikken; het is ontworpen om door moderne verdedigingslagen heen te breken en schade toe te brengen aan grote marineschepen. Nederland krijgt ook dit jaar een nieuw antischip raket, alleen is die niet supersonische, maar die heeft wel weer andere kwaliteiten.
Wat de Hsiung Feng III extra relevant maakt, is de schaal waarop Taiwan hem wil inzetten. Het land bouwt de raket zelf en schaalt de productie bewust op. Daarmee voorkomt het precies het probleem waar Oekraïne tegenaan liep: afhankelijkheid van politieke besluitvorming in andere hoofdsteden. Taiwan bepaalt zelf hoeveel raketten het produceert, waar ze worden opgeslagen en wanneer ze worden ingezet. Dat geeft strategische vrijheid in een situatie waarin elke dag kan tellen.
In de afgelopen jaren heeft het land zijn productiecapaciteit van raketten enorm opgevoerd. Onder een speciaal moderniseringsprogramma, dat loopt tot 2026, heeft Taiwan zich tot doel gesteld om duizenden raketten per jaar te kunnen maken, waaronder honderden anti-scheepsraketten. In de planning zitten ongeveer zeventig Hsiung Feng III’s per jaar uit de productielijnen, naast honderden andere typen raketten voor luchtverdediging, grondaanvallen en drones. Dit maakt deel uit van een bredere strategie om tegen 2026 meer dan duizend verschillende raketten te produceren, waarvan een significant deel uit supersonische anti-schipversies bestaat, ruim boven wat in eerdere jaren mogelijk was. Die productie is niet gewoon gepland — hij wordt nu al uitgevoerd, en sommige doelen zijn zelfs eerder gehaald dan verwacht, wat aangeeft hoe hard Taiwan inzet op het versterken van de eigen maakindustrie.
De nieuwste ontwikkelingen rond de raket laten zien dat Taiwan verder denkt dan alleen kustverdediging. Er wordt gewerkt met varianten met groter bereik, waardoor Chinese schepen al ver buiten de directe omgeving van het eiland bedreigd kunnen worden. Daarnaast wordt geëxperimenteerd met verschillende lanceerplatforms. Mobiele lanceerders op land maken het systeem moeilijk te vinden en te vernietigen, terwijl inzet vanaf marineschepen en mogelijk zelfs vliegtuigen het dreigingsbeeld voor China complexer maakt. Elke extra lanceeroptie vergroot de onzekerheid aan de andere kant van de zeestraat.
Belangrijk is ook hoe de HF-3 past in een bredere wereldwijde trend. De Verenigde Staten, Duitsland en Nederland investeren massaal in eigen droneproductie. Zuid-Korea ontwikkelt niet alleen tanks en artillerie, maar bouwt een complete defensie-industrie die wereldwijd exporteert. Overal groeit het besef dat massaal inzetbare wapens niet afhankelijk mogen zijn van fragiele internationale ketens. Taiwan loopt daarin niet achter, maar juist voorop.
Video: Op deze manier worden de raketten verplaatst over de weg.
Zal de Hsiung Feng III China tegenhouden als het echt tot oorlog komt? Waarschijnlijk niet. China beschikt over een overweldigende numerieke en industriële overmacht. Maar dat is ook niet het primaire doel. De kracht van dit wapen zit in het verhogen van de kosten, risico’s en onzekerheden voor Beijing. Elke Chinese planner moet rekening houden met tientallen, misschien honderden supersonische raketten die onverwacht kunnen toeslaan. Dat maakt snelle, schone oplossingen onmogelijk en vergroot de kans dat een aanval uitloopt op een langdurig en kostbaar conflict.
Voor Taiwan is dat precies de bedoeling. In een wereld waarin internationale steun nooit gegarandeerd is, vormt eigen defensieproductie de laatste verdedigingslinie. De Hsiung Feng III is daarvan het symbool: snel, zelfstandig geproduceerd en ontworpen voor het soort conflict dat Taiwan het meest vreest. Het is geen wonderwapen, maar wel een duidelijk signaal. Taiwan bereidt zich voor op een toekomst waarin het vooral op zichzelf moet kunnen rekenen.