Nederland gaat vol in op de toekomst van luchtmacht-technologie: staatssecretaris Gijs Tuinman zette op 16 oktober 2025 zijn handtekening onder een intentieverklaring waarmee het land officieel aansluit bij het Collaborative Combat Aircraft (CCA)-programma van de Amerikaanse luchtmacht. Dit baanbrekende initiatief richt zich op autonome onbemande systemen (drones) die samenwerken met piloten in gevechtsvliegtuigen zoals de F‑35. Tegelijkertijd werkt Nederland samen met General Atomics Aeronautical Systems (GA‑ASI) én de Nederlandse fabrikant VDL Defentec om kleinere onbemande vliegtuigen voor ISR-taken lokaal te produceren.
Nederland in de cockpit én in de fabriekshal
Dit is geen louter symbolische samenwerking. Via het CCA-programma zet Nederland zich op de kaart als een van de eerste Europese landen die meebewegen in de ontwikkeling van zogenaamde “loyal wingman”-drones — onbemande toestellen die samen en synchroon opereren met bemande vliegtuigen. Maar minstens zo belangrijk: er is een concreet productie-component. De nieuwe kleinere onbemande vliegtuigen — primair bestemd voor intelligence, surveillance & reconnaissance (ISR)-taken — worden in Nederland geproduceerd, waarbij VDL Defentec is geselecteerd als lokale fabrikant.

De Nederlandse productie vindt plaats onder de regels van hoge-volume-fabricage. Volgens de overeenkomst met GA-ASI moet de drone uiterlijk eind dit jaar vliegen, waarna in 2026 de productie zowel in de VS als in Nederland van start gaat. Dit betekent dat Nederland niet alleen gebruiker is van cutting-edge technologie, maar ook mede-ontwikkelaar en fabriek – een strategische doorbraak voor de Nederlandse defensie-industrie. Er zijn twee leverancier die gekozen zijn voor dit project. YFQ-42A, ontwikkeld door General Atomics Aeronautical Systems en YFQ-44A, ontwikkeld door Anduril Industries.
Waarom dit zo belangrijk is
De combinatie van technologie, productie en internationaal partneren maakt deze stap cruciaal. Voor de Nederlandse krijgsmacht betekent het dat toekomstige drone-systemen kunnen worden geïntegreerd met de F-35-vloot, waardoor bereik, sensorkracht en flexibiliteit toenemen. Voor de industrie betekent het werkgelegenheid, kennisopbouw en exportpotentieel. Voor de NAVO en bondgenoten betekent het een versterking van de alliantiecapaciteit in een tijd van snel veranderende dreigingen.
Dat Nederland zelf gaat produceren is een extra plus: het vergroot de onafhankelijkheid van buitenlandse leveranciers en versterkt de technologische keten in eigen land. Recent werd bijvoorbeeld in Born (Limburg) een productielijn voor drones, onbemande voertuigen en militaire batterijen gestart, aangestuurd door de Nederlandse defensie-industrie.
Vooruitblik
Met deze tweeledige koers — zowel deelname in het CCA-programma als eigen productie van ISR-drones — zet Nederland zichzelf op de kaart als een toekomstgerichte partner in defensie-technologie. De komende jaren zullen cruciaal zijn: wanneer vliegen de eerste “wingman”-drones daadwerkelijk mee boven een gevechtsvliegtuig? Wanneer lopen de productielijnen vol in Nederland? Welke bedrijven en kennisinstituten sluiten aan?
De conclusie is helder: Nederland stapt uit de volgmodus en kiest voor leiderschap in onbemande luchtmacht-systemen. Voor militairen, industrie en bondgenoten: hou deze ontwikkeling goed in de gaten