Europa’s defensiebeleid is in een stroomversnelling geraakt. De oorlog in Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt hoe essentieel langeafstandsvuurkracht is in een modern conflict. Tegelijkertijd groeit in Washington de druk op Europese landen om meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen veiligheid. Het gevolg is zichtbaar: landen investeren weer massaal in artillerie, raketsystemen en munitieproductie. Maar wie goed kijkt, ziet ook een probleem. Europa wil opschalen, maar beschikt nog onvoldoende over eigen productiecapaciteit en snelle leverlijnen.
Tegen die achtergrond is het opvallend dat Frankrijk nu kijkt naar een Zuid-Koreaans raketlanceersysteem: de K239 Chunmoo.
Frankrijk kampt met tekort aan langeafstandssystemen
De Franse landmacht beschikt momenteel over M270-raketartillerie, een systeem dat vergelijkbaar is met de Amerikaanse MLRS. Deze lanceerders zijn echter beperkt in aantal en technisch verouderd. Tegelijkertijd laat de oorlog in Oekraïne zien dat langeafstandsraketartillerie geen luxe is, maar een structureel onderdeel van het moderne slagveld.
Precisievuur tot honderden kilometers achter de frontlinie bepaalt in Oekraïne het tempo van operaties. Commandoposten, logistieke knooppunten en munitiedepots worden systematisch uitgeschakeld. Zonder voldoende bereik en volume is het lastig om afschrikking op te bouwen.
Frankrijk werkt wel aan een eigen opvolger in het kader van het FLP-T-programma, maar dat systeem wordt pas rond 2030 verwacht. De vraag is dus wat men in de tussentijd doet.
De K239 Chunmoo: Zuid-Korea’s antwoord op HIMARS
Het systeem waar Frankrijk nu naar kijkt is de K239 Chunmoo, ontwikkeld door het Zuid-Koreaanse Hanwha. Dit wielgebonden meervoudige raketlanceersysteem wordt vaak vergeleken met de Amerikaanse HIMARS, maar heeft enkele opvallende eigenschappen.
De Chunmoo kan verschillende typen munitie afvuren, variërend van 130 mm- en 227 mm-raketten tot zwaardere precisieraketten met een bereik van honderden kilometers. Het systeem is modulair opgebouwd met verwisselbare lanceerpods. Dat maakt het flexibel inzetbaar, afhankelijk van missie en dreiging.
Wat het systeem aantrekkelijk maakt, is de combinatie van bereik, mobiliteit en snelle leverbaarheid. Zuid-Korea heeft een sterke, grotendeels zelfstandige defensie-industrie en kan relatief snel produceren. Dat verklaart waarom meerdere Europese landen inmiddels al voor de Chunmoo hebben gekozen.
Europa kijkt steeds vaker naar Azië
Polen bestelde eerder al tientallen Chunmoo-systemen als aanvulling op Amerikaanse HIMARS-lanceerders. Ook Noorwegen en Estland gebruiken het systeem. Daarmee groeit de Zuid-Koreaanse invloed in de Europese artilleriemarkt snel.
Dit past in een bredere trend. Landen als Zuid-Korea, Japan en Israël beschikken over een volwassen defensie-industrie met korte ontwikkelcycli en operationeel bewezen systemen. In een periode waarin Europa zijn eigen productie nog moet opschalen, worden deze landen logische partners.
De urgentie is groot. Jarenlang was grootschalige artillerieoorlog in Europa een theoretisch scenario. Oekraïne heeft dat beeld definitief veranderd. Massaal gebruik van raketartillerie, precisieraketten en langeafstandssystemen is weer dagelijkse realiteit.
Nederland en Duitsland kiezen voor PULS
Ook Nederland heeft recent een duidelijke keuze gemaakt. Samen met Duitsland is gekozen voor het Israëlische PULS-systeem van Elbit Systems. Dat systeem biedt eveneens modulaire lanceermogelijkheden en kan uiteenlopende raketten afvuren, van korteafstandsraketten tot tactische ballistische raketten zoals de Predator Hawk.
Belangrijk verschil is dat de munitieproductie waarschijnlijk in Duitsland zal plaatsvinden. Daarmee proberen Europese landen niet alleen systemen aan te schaffen, maar ook industriële kennis en productiecapaciteit binnen Europa op te bouwen.
Dat is cruciaal. Want wie afhankelijk blijft van buitenlandse leveringen in een langdurig conflict, loopt strategisch risico.
Afschrikking vraagt om volume én productie
De kern van de discussie is eenvoudig maar ongemakkelijk. Europa wil geloofwaardige afschrikking opbouwen, maar beschikt nog niet overal over voldoende eigen industriële slagkracht. Veel landen zijn jaren geleden afgeschaald. Voorraadniveaus daalden, productiecapaciteit werd gereduceerd.
Nu komt het besef dat artillerie en langeafstandsraketten niet alleen technologische systemen zijn, maar ook een kwestie van volume en industriële continuïteit. De oorlog in Oekraïne toont dat munitievoorraden in hoog tempo slinken.
Frankrijk’s interesse in de K239 Chunmoo onderstreept dat punt. Het land zoekt een tijdelijke, maar krachtige oplossing totdat een eigen systeem gereed is. Tegelijkertijd wordt zichtbaar hoe belangrijk landen met een sterke defensie-industrie zijn geworden in deze nieuwe realiteit.
Europa investeert eindelijk weer serieus in defensie. Eigen productie wordt opgestart, budgetten stijgen en samenwerkingen worden uitgebreid. Maar de komende jaren zal blijken of die versnelling snel genoeg is om de strategische kloof te dichten.
De mogelijke Franse keuze voor de Zuid-Koreaanse K239 Chunmoo is daarmee meer dan een aankoop. Het is een signaal dat Europa zich heroriënteert op langeafstandsvuurkracht en dat de mondiale defensie-industrie opnieuw in beweging is.